F-Proeven

Tijdens een F-proeven wedstrijd of door het rijden van een losse F-proef kun je laten zien wat je hebt geleerd tijdens je paardrijlessen. De proeven die op deze dag worden gereden zijn door de FNRS ontwikkeld om ruiters zonder eigen paard of pony proeven te laten rijden. De proeven worden beoordeeld door juryleden die door de FNRS zijn opgeleid. Natuurlijk moet je in het bezit zijn van een geldig ruiterpaspoort om deel te nemen aan de proeven.

De FNRS Proeven worden beoordeeld door FNRS Juryleden. Het resultaat van de proef die jij rijdt, wordt genoteerd op een protocol. Zo kun je naderhand terug lezen wat de jury van jouw proef vond en waarom je bepaalde punten hebt behaald. Zorg er altijd voor dat je jouw FNRS Ruiterpaspoort bij je hebt als je een proef gaat rijden. Als je gemiddeld minimaal een 6 scoort per onderdeel, verdien je namelijk een promotiepunt. Een promotiepunt wordt in jouw ruiterpaspoort afgestempeld. Zo kun je jouw vorderingen bijhouden en weet je wanneer je mag deelnemen aan een moeilijkere proef.

Onderdelen van de proeven:

F1 t/m F2
De eerste F Proeven bestaan uit stap en draf, zonder galop. Dit zijn de proeven voor de ruiters die net beginnen met de F Proeven. In de F2 wordt bijvoorbeeld ook gevraagd naar het correct van je paard afstijgen.

F3 t/m F4
Vanaf de F3 moet je ook galopperen in de proeven en wordt het lichtrijden op het verkeerde been beoordeeld. Je gaat dus in de lessen voorafgaand aan het bovenvermelde niveau goed oefenen of je dit al kunt. In de F3 is ook het onderdeel “de teugels langer laten worden” nieuw.

F5 t/m F7
Enkele passen middendraf, halsstrekken, doorzitten en middenstap zijn nieuw. De F Proeven krijgen in iedere proef nieuwe, moeilijkere oefeningen. Zo moet je nu bijvoorbeeld sommige figuren helemaal doorzitten.

F8 t/m F10
Vanaf de F9 is ‘constante verbinding’ een apart punt waarop je wordt beoordeeld door de jury. Als je met je beenhulpen je paard actief houdt, zoekt hij zelf contact met jouw hand, omdat hij er vertrouwen in heeft dat dit geen pijn doet. Dit heet ‘aanleuning’.

F11 t/m F12
Wijken is een nieuw onderdeel in deze proeven. In de F11 is het wijken in stap en in de F12 moet je dit in draf laten zien. Tevens moet je in de galop enkele passen de galop verruimen. Deze onderdelen zijn moeilijk en staan compleet beschreven in het handboek “Leer paardrijden met plezier”.

F13 t/m F20
Vanaf de F13 worden alle oefeningen moeilijker, zoals volte 15 meter in galop, achterwaarts, schoudervoor, contragalop en schouderbinnenwaarts.