(losse) F-proeven

svp controleren en doorgeven per mail (info@snorrewind.nl) als het niet klopt.

Tijdens een F-proeven wedstrijd of door het rijden van een losse F-proef kun je laten zien wat je hebt geleerd tijdens je paardrijlessen. De proeven die op deze dag worden gereden zijn door de FNRS ontwikkeld om ruiters zonder eigen paard of pony proeven te laten rijden. De proeven worden beoordeeld door juryleden die door de FNRS zijn opgeleid. Natuurlijk moet je in het bezit zijn van een geldig ruiterpaspoort om deel te nemen aan de proeven.

De FNRS Proeven worden beoordeeld door FNRS Juryleden. Het resultaat van de proef die jij rijdt, wordt genoteerd op een protocol. Zo kun je naderhand terug lezen wat de jury van jouw proef vond en waarom je bepaalde punten hebt behaald. Zorg er altijd voor dat je jouw FNRS Ruiterpaspoort bij je hebt als je een proef gaat rijden. Als je gemiddeld minimaal een 6 scoort per onderdeel, verdien je namelijk een promotiepunt. Een promotiepunt wordt in jouw ruiterpaspoort afgestempeld. Zo kun je jouw vorderingen bijhouden en weet je wanneer je mag deelnemen aan een moeilijkere proef.

Manege Snorrewind organiseert F-proeven wedstrijden, een jaarcompetitie en geeft de mogelijkheid om losse F-proeven te rijden. Hier kan zonder wedstrijdstress een proef gereden worden. Promotiepunten tellen wel mee! Ook kunnen er tijdens de Snorrewindse Paard F-proeven gereden worden. Kijk in de AGENDA om ze zien op welke data er dressuuractiviteiten zijn.

Algemeen
Diplomarijden is speciaal door de FNRS ontwikkeld om ook ruiters zonder eigen paard of pony proeven te laten rijden. De proeven mogen dus op verschillende paarden gereden worden. Bij het FNRS Diplomarijden wordt niet gekeken naar de combinatie van ruiter en paard, maar alleen naar de ruiter. Er wordt onder andere gekeken of de ruiter de hulpen
op de juiste manier geeft. Alleen de ruiter wordt beoordeeld. Er wordt een proef gereden door een ruiter en daarbij wordt er door de jury rekening gehouden met het karakter en de mogelijkheden van het paard of de pony waarmee gestart
wordt. Komt de ruiter binnen op een hele lieve pony die heel moeilijk in de linkergalop wil aanspringen, dan zal de jury extra goed kijken of de ruiter bij het aanspringen de juiste hulpen geeft. Springt de pony toch verkeerd aan, dan moet de ruiter de pony terugnemen en het opnieuw proberen met extra duidelijke hulpen. Wanneer dat duidelijk genoeg
getoond is, kan een ruiter toch voldoende punten krijgen voor dit onderdeel, ook al voert de pony de opdracht niet goed uit. Het karakter van een paard of pony kan soms ook voor problemen zorgen tijdens het rijden. Het gaat er om dat de jury ziet dat de ruiter hier correct mee omgaat, zodat de ruiter toch voldoende punten kan krijgen voor een proef.

Theorie bij het diploma
Voor sommige proeven moet een theorie-examen afgelegd worden om een diploma te kunnen behalen. Zo’n examen bestaat uit 10 vragen waarbij de ruiter steeds kan kiezen uit 3 antwoorden. Meestal zijn het vragen waar een ruiter in de praktijk al mee te maken heeft gehad en zijn ze niet zo moeilijk. Als de ruiter voldoende vragen goed heeft beantwoord (maximaal 3 fouten) en voor de bijbehorende F Proef in totaal voldoende punten heeft behaald (minimaal 210 punten), slaagt hij voor zijn theorie-examen en behaalt hij zijn diploma. Vervolgens kan de ruiter doorgaan in de volgende klasse. Aan de proeven F2, F4, F6 en F10 is een theorie-examen gekoppeld. Voor de even proeven kan een
ruiter een diploma krijgen, dus voor F2, F4, F6, F8 et cetera, tot en met F20. In het FNRS Handboek “Leer paardrijden met plezier” staan de theorie en allerlei andere informatie. Het proevenboek is ingesloten in het handboek. Het boek is verkrijgbaar bij FNRS Ruitersportcentra en via Manege Snorrewind.

FNRS proeven \ Promotiepunten
Een promotiepunt kan verdiend worden wanneer je voldoende punten hebt behaald in een proef. Wil je direct weten hoe dit werkt? Kijk dan in de tabel om te zien hoeveel
promotiepunten je nodig hebt in verschillende klassen om te mogen ‘promoveren’. Ook kun je in de tabel zien wanneer je een diploma behaalt en waar een theorie examen
gedaan moet worden.
De eerste beoordelingspunten gaan over de rij-opdrachten. De laatste 10 beoordelingspunten van een proef zijn altijd hetzelfde en gaan over de ruiter zelf. De jury krijgt een protocol met alle onderdelen van je proef. Op dit protocol worden naast de punten ook opmerkingen genoteerd. Zo kan je aan de hand van je protocol zien wat goed is gegaan en
waar je juist nog hard aan moet werken. Elk behaalde promotiepunt wordt door de jury in het ruiterpaspoort afgestempeld. Het is daarom ook erg belangrijk dat je die bij je hebt op de dag waarop je een proef moet rijden.
De FNRS-proeven worden beoordeeld door speciaal opgeleide FNRS-juryleden. Zo zal een ruiter die op het verkeerde been lichtrijdt in de F2 daar nog geen aftrek voor krijgen, maar in de F8 natuurlijk wel! Het zal wel gebeuren dat een jurylid op het F2-protocol schrijft dat er op het verkeerde been is lichtgereden. Hier kun je dan de volgende proef extra op letten.

Verdien je promotiepunt in de F-proeven
Als je 210 punten of meer haalt voor je dressuurproef, krijg je een promotiepunt (PP). Als je in de F1 twee PP haalt mag je door naar de F2. Haal je daarin ook twee PP en haal je het theorie-examen dan krijg je het diploma F2 uitgereikt. Voor de F3 t/m F8 proeven heb je minimaal 3 PP nodig om door te stromen naar en moet je over bij 5 PP. Ben
je bij de F9 aangekomen dan heb je t/m F20 minimaal 3 PP nodig om door te stromen. Ook hier geldt bij 5 PP moet je over.Let wel even op: de instructeur of manege-eigenaar bepaalt of je bij 2,3 of 4 PP mag doorstromen naar volgende F proef. De theorieproeven, F2,F4,F6 en F10 worden meegenomen in de beoordeling, hierbij mag je maximaal 3
fouten maken om te slagen voor de diplomaproef.

Onderdelen van de F-proeven

F1 t/m F2
De eerste F Proeven bestaan uit stap en draf, zonder galop. Dit zijn de proeven voor de ruiters die net beginnen met de F Proeven. In de F2 wordt bijvoorbeeld ook gevraagd naar het correct van je paard afstijgen.

F3 t/m F4
Vanaf de F3 moet je ook galopperen in de proeven en wordt het lichtrijden op het verkeerde been beoordeeld. Je gaat dus in de lessen voorafgaand aan het bovenvermelde niveau goed oefenen of je dit al kunt. In de F3 is ook het onderdeel “de teugels langer laten worden” nieuw.

F5 t/m F7
Enkele passen middendraf, halsstrekken, doorzitten en middenstap zijn nieuw. De F Proeven krijgen in iedere proef nieuwe, moeilijkere oefeningen. Zo moet je nu bijvoorbeeld sommige figuren helemaal doorzitten.

F8 t/m F10
Vanaf de F9 is ‘constante verbinding’ een apart punt waarop je wordt beoordeeld door de jury. Als je met je beenhulpen je paard actief houdt, zoekt hij zelf contact met jouw hand, omdat hij er vertrouwen in heeft dat dit geen pijn doet. Dit heet ‘aanleuning’.

F11 t/m F12
Wijken is een nieuw onderdeel in deze proeven. In de F11 is het wijken in stap en in de F12 moet je dit in draf laten zien. Tevens moet je in de galop enkele passen de galop verruimen. Deze onderdelen zijn moeilijk en staan compleet beschreven in het handboek “Leer paardrijden met plezier”.

F13 t/m F20
Vanaf de F13 worden alle oefeningen moeilijker, zoals volte 15 meter in galop, achterwaarts, schoudervoor, contragalop en schouderbinnenwaarts.

Wedstrijdreglement FNRS-ruiteropleidingen FNRS-ruiters

Algemeen

Artikel 1
Kledingvoorschriften van de ruiter:
a. Het veiligheidshoofddeksel dient CE-EN 1384 gekeurd te zijn (ook verplicht bij het
losrijden of inspringen).
b. Rij-jasje + plastron/stropdas + witte blouse + witte handschoenen + witte rijbroek
(compleet wedstrijdtenue), of manegesweater/ manegebodywarmer / effen sweater /
witte blouse met lange mouwen + rijbroek.
c. Bij het officiële wedstrijdtenue zijn witte handschoenen verplicht. Bij het andere tenue
zijn handschoenen niet verplicht, maar indien men ze wel draagt, dienen deze wit te
zijn.
d. Rijlaarzen, rubber of leer of jodphurschoenen in combinatie met minichaps (zonder
franjes).
e. De maximale toegestane lengte karwats is 75 cm, een dressuurzweep voor pony’s
mag maximaal 100 cm en voor paarden 130 cm lang zijn, inclusief slag.
f. Ruiters die deelnemen aan de FNRS proevendagen dienen vóór het rijden van de
proef hun (geldige) Ruiterpaspoort in te leveren bij het secretariaat.
g. Het Ruiterpaspoort is vanaf de aanvraagdatum voor één jaar geldig.
h. Na het eerste jaar is het Ruiterpaspoort geldig vanaf het plaatsen van de jaarzegel
voor het nieuwe jaar en nadat de manegehouder zijn bedrijfsstempel over de
jaarzegel heeft geplaatst.
i. Indien de deelnemer niet aan sub a t/m h van dit artikel voldoet, kan er niet gestart
worden door de betreffende ruiter.
j. Overmatig of verkeerd gebruik van zweep/karwats/teugels en/of sporen wordt
bestraft met een waarschuwing. Na één waarschuwing volgt uitsluiting.

Artikel 2
a. Het paard dient te zijn opgetoomd met een deugdelijk, goed passend en in
behoorlijke staat van onderhoud verkerend zadel, hoofdstel en bit (trensoptoming).
b. Beenbeschermers, sporen en hulpteugels (mits goed afgesteld), zijn alleen
toegestaan met toestemming van de manegehouder.
c. Vanaf proef F12 is alleen het gebruik van een martingaal (mits goed afgesteld)
toegestaan.
Dressuur

Artikel 3
a. Iedere proef heeft een A en B versie. De organisatie bepaalt welke proef en welke
versie er worden gereden.
b. Nieuwe ruiters mogen uitsluitend instromen in de proeven F1 tot en met F6.
c. Doorstroom naar KNHS klasse B dressuur is mogelijk na het behalen van het F8
diploma. Na het behalen van het F12 diploma kan er doorgestroomd worden naar
de KNHS klasse B of L1 dressuur. Manegeruiters kunnen hiervoor een
persoonsgebonden (niet combinatiegebonden) ‘manegestartkaart’ aanvragen bij
de KNHS.

Artikel 4
De onderdelen in dressuur worden gewaardeerd van 0 tot en met 10.
0. = niet uitgevoerd
1. = zeer slecht
2. = slecht
3. = tamelijk slecht
4. = onvoldoende
5. = matig
6. = voldoende
7. = tamelijk goed
8. = goed
9. = zeer goed
10. = uitmuntend

Artikel 5
Een vergissing in de proef wordt bestraft:
– 1e maal = 2 punten aftrek
– 2e maal = 4 punten aftrek (totaal –6)
– 3e maal = 8 punten aftrek (totaal –14)
– 4e maal = uitsluiting
(Gang- of overgangsfouten zijn geen vergissingen in de proef. Deze komen in het
betreffende cijfer tot uitdrukking.)

Artikel 6
a. Na een val van een paard/pony of ruiter volgt geen uitsluiting. Dit wordt in het cijfer
voor het betreffende onderdeel tot uitdrukking gebracht.
b. Buiten de ring komen wordt beoordeeld als een vergissing.

Artikel 7
a. Bij de F-proeven komt men in aanmerking voor een promotiepunt (PP) als men 210
protocolpunten of meer behaalt.
b. Bij de F1 en F2 is 1 PP nodig om door te mogen naar de volgende proef. Bij de F3 t/m
F8 zijn minimaal 2 PP’s en maximaal 5 PP’s nodig om door te gaan naar de volgende
proef. Bij de F9 t/m F20 zijn minimaal 3 PP’s en maximaal 5 PP’s nodig om door te
gaan naar de volgende proef.
c. Aan alle even F-proeven zijn FNRS-diploma’s verbonden.
d. Het diploma wordt toegekend indien de praktijk en de theorie beiden voldoende zijn,
met een maximaal van 3 fouten in de theorie-examen. Indien er in het theorieexamen
meer dan 3 fouten worden gemaakt, moet het theorie-examen overgemaakt
worden. Indien er de tweede keer weer geen voldoende wordt behaald, moet het
geheel overgedaan worden (dus de proef en het theorie-examen).
e. Bij de volgende F-proeven behoren theorie-examens: F2, F4, F6 en F10.
FNRS wedstrijden bij PSC de Veerkracht.